Koningslied #999
Ik bouw een dijk met m’n blote handen het riool uitmesten.
En alle inbrekers bij de mensen thuis,
Verliezen als boete hun eigen huid afgeven.
Ik laat jullie villen, voor slechts een paar centen,
Ter wille van het noorden tot het zuiden
Laat men die klok op zondag luiden
Dat is voor sommige het sein
Een uurtje christelijk te zijn de dingen erom heen
En van het noorden tot het zuiden
Laat men die klok op zondag luiden
Dat is nu net het verschil
Het word hoog tijd dat ik met jou een hartig woordje spreek aaah
Als ik koning ben dan ken ik geen gevaar
Wel ik heb nog nooit een vorst gezien met zo erg weinig haar
Mijn manen worden reuze lang met hier en daar een krul
Ik voel mij trots en arrogant en werk aan mijn gebrruuulll
Toch moet je verder lopen
Of ben je weer bezopen
En heb je geen idee, neeheeaa
Willem, wat zijn dat voor verdrietjes