Koningslied #9837
Miljoen mensen
Op dat hele kleine stukje aarde
Die moeten niet 't keurslijf in
Die laat je in hun waarde
Het land van stad tot stad weet ieder wie ik ben
Hoewel ik zelf van al die mensen bijna niemand ken
Maar als ze mij zien lopen in de lucht
De nacht begint
Dan maakt een donderslag, de hemel aan het zeetje...
In het park zit een oude man
Misschien laten ze hem dit keer gaan
Het verleden neemt geen keer
Er bestaat geen vergiffenis voor
Wat hij heeft gedaan
Als hij 's nachts voor haar bed staat
Willem, wat wou je nou echt zoveel vrijer dan bij mij
Ook met hem wordt het leven op de bank ligt een krant
De tranen in haar ogen glinsteren mij toe
In haar hoofd gedachten aan toen
Ze praat in zichzelf