Koningslied #9326
Het is een prima vent
Die van de
Duitsers
Maar 's nachts
Elke morgen naar kantoor om kwart voor acht
S'avonds eten uit de diepvries kant en klaar
De hond een brok tataar
Mijn god was jij hier maar
Want alleen is maar alleen
Ik kan niet leven met die stilte om me heen
Waar ik met jou een hartig woordje spreek aaah
Als ik er naar toe geleefd
Nu bent u de man die een feestje geeft
En binnenkort zijn wij een groot gezin
Met goud zijn wij aan u gewend en dan zeggen wij tegen elkaar onze
Koning dat is een prima vent
Die van de zweep het klappen kent
Een goeie vakman tot en met
En plichtsgetrouw tot in z'n bed
Daar ligt-ie starend naar 't behang