Koningslied #8618
Dit is geen sprake van
Dat is voor sommige het sein
Een uurtje christelijk te zijn
Men heeft een rookbom onder het jekje
Men toont een spandoek
Met een licht facistisch trekje
Men sloopt een treintje
Gewoon een geintje
En slaat elkander op het station
Ze werd gered door een wonder
Uit de kampen van de zweep het klappen kent
Een goeie vakman tot en met
En plichtsgetrouw tot in z'n bed
Daar ligt-ie starend naar 't behang
Met naast z'n hoofd z'n waterpomptang
En dan sta jij alleen.
Want alleen is maar alleen
Soms vertel ik het de mensen thuis,
Verliezen als boete hun eigen huis.
Met de hele teringzooi d'r op en d'r aan,