Koningslied #8293
In heel het land van stad tot stad weet ieder wie ik ben
Op straat of op het station
Ze werd gered door een wonder
Uit de kampen van de zweep het klappen kent
Een goeie vakman tot en met
En plichtsgetrouw tot in z'n bed
Daar ligt-ie starend naar 't behang
Met naast z'n hoofd z'n waterpomptang
En dan sta jij alleen.
Want alleen is maar alleen
Ik kan niet leven met die stilte om me heen
Kom terug voordat m'n wereld is vergaan
Ik smeek je kijk me aan
Wat heb ik je baken in de elektrische stoel zit.
Want maatregelen neem ik niet meer 's nachts
Elke morgen naar kantoor om kwart voor acht
S'avonds eten uit de diepvries kant en klaar
De hond een brok tataar
Mijn god was jij hier maar
Want alleen is maar alleen