Koningslied #8174
En niemand die droog brood eet
Achter de regenboog, daar wonen dromen zegt men
Land vol herinnering
Waar ik met jou op weg ben
En uit een zonnestraal, de zomerwind en je voelt de koelte in de lucht
De nacht begint
Dan maakt een donderslag, de hemel aan het zeetje...
In het park zit een jongeman
Hij leest de koppen van de
Duitsers
Maar 's nachts het licht
Dan droom ik dat je naast me licht
Oke je bent nu vrij
Maar ben je nou echt zoveel vrijer dan bij mij
Ook met hem wordt het leven op de bank ligt een krant
De tranen in haar ogen glinsteren mij toe
In haar hoofd gedachten aan toen
Ze praat in zichzelf
In een taal die ik ken
Wacht maar af totdat ik koning ben dan ken ik geen gevaar