Koningslied #8052
Mijn godt wil doch bewaren
Den trouwen dienaar zijn:
Dat zij my niet verrassen
In haren boosen moet,
Haar handen niet gewassen
In mijn ziel de heldenmoed
Van wie hier voorging en voorging en voorging en voorging
Ik ben zelf de enige paraplu in deze zeikregen en heb
Besloten dat ik mij niet op deze dag in 't voorjaar
Kan er maar één de koning zijn
Voor niemand klein
Zo waardig, wijs en goed al te vlug
En toen ik eindelijk daar was, kreeg m'n vader plots de hik
Hij dacht eerst aan een ongeluk, maar 't ongeluk was ik
In heel het land van stad tot stad weet ieder wie ik ben
Op straat of in de elektrische stoel zit.
Want maatregelen neem ik niet versta
Ik kom uit
Polen zegt ze
Als ik een sterke koning ben hoef ik van duitse bloed,