Koningslied #7512
Dan staat-ie al te vlug
En toen ik eindelijk daar was, kreeg m'n vader plots de hik
Hij dacht eerst aan een ongeluk, maar 't ongeluk was ik
In heel het land van stad tot stad weet ieder wie ik ben
Hoewel ik zelf van al die mensen bijna niemand ken
Maar als ze mij zien lopen in de muur
En niemand die droog brood eet
Achter de regenboog, daar wonen dromen zegt men
Land vol herinnering
Waar ik ga of sta
Ik heet
Wim meer niet
Maar wie me ziet
Roept toch steeds weer
Willempie '
K weet nog goed dat ik geboren ben, 't is jaren terug
Dat was een hele toestand, want ik ben
Op straat of op het strand
Beschuit bij het ontbijt
Het land vol van verdraagzaamheid