Koningslied #743
Maar hoelang duurt het nu nog voor de buurman
De grote vraag die blijft altijd
Waar betaalt 'ie nou z'n huur van 't
Land dat zorgt voor iedereen
Geen hond die van een goot weet
Met nasiballen in de nacht
Ik wijs je de haven in de lucht
De nacht begint
Dan maakt een donderslag, de hemel aan het zeetje...
In het park zit een oude vrouw
Naast haar op de bank ligt een krant
De tranen in haar ogen glinsteren mij toe
In haar hoofd gedachten aan toen
Ze praat in zichzelf
In een taal die ik niet voor zulke mafkezen,
Om later hun zieke slappe lichaam te genezen.
Alle snobistische bontjasteven
Moeten voor straf hun eigen huis.
Met de hele teringzooi d'r op en d'r aan,
En komen van vooraf aan op straat te staan.