Koningslied #6195
Me broer dat is een prima vent
Die van de zweep het klappen kent
Een goeie vakman tot en met
En plichtsgetrouw tot in z'n bed
Daar ligt-ie starend naar 't behang
Met naast z'n hoofd z'n waterpomptang
En dan sta jij alleen.
Want alleen is maar alleen
Ik kan niet leven met die stilte om me heen
Kom terug voordat m'n wereld is vergaan
Ik smeek je kijk me aan
Wat heb ik je baken in de nacht
Ik wijs je de haven in de duisternis
Ik zal niet rusten tot het westen
Ziet men na afloop nog de resten
Van zo'n cultureel festijn
Omdat we toffe jongens zijn
Men zingt een liedje, doet een gebedje
En gooit een gulden in de tram
Ik hoor overal je stem