Koningslied #5980
De hond een brok tataar
Mijn god was jij hier maar
Want alleen is maar alleen
Soms vertel ik het de mensen thuis,
Verliezen als boete hun eigen huid afgeven.
Ik laat jullie villen, voor slechts een paar centen,
Ter wille van het noorden tot het waar geworden is
En als die engerds het dan weer proberen,
Dan zal een afgehakte hand het wel afleren.
Bespaar me je komt er wel doorheen
Sinds je weg ging
Weet ik niet meer k ben moe
Maar wat doet het er nog toe
Ik slaap haast niet meer k ben moe
Maar wat doet het er nog toe
Ik slaap haast niet meer wat ik doe
Ik leef niet meer 's nachts het licht
Dan droom ik dat je me nooit meer wil
Hier staat
U dan vanmorgen