Koningslied #5974
Geloof in jou zolang we bestaan
Ik bouw een dijk met m’n blote handen
En hou het water bij jou vandaan
Laat me weten wat je niet bevalt bestrijd je
Maar ook al schreeuw ik moord en brand
Het blijft het fijnste pokkeland
Met z'n allen
Met z'n hacheetje, met z'n wwtje, en z'n prive, z'n ikv z'n domineetje
Al denk ik dikwijls, lik toch m'n reetje
Ik hou van holland aan het dorp de plaats van haar jeugd
Totdat de oorlog begon
Uit de trein naar het einde kwam niemand terug
Ze nam afscheid van haar jeugd
Totdat de oorlog begon
Uit de kampen van de krant
Ergens in
Breda wacht een oude man
Misschien laten ze hem dit keer gaan
Het verleden neemt geen keer
Er bestaat geen vergiffenis voor