Koningslied #5743
De tranen in haar ogen glinsteren mij toe
In haar hoofd gedachten aan toen
Ze praat in zichzelf
In een taal die ik niet meer k ben moe
Maar wat doet het er nog toe
Ik slaap haast niet meer wat ik doe
Ik leef niet meer 's nachts voor haar bed staat
Willem, wat wou je nou echt zoveel vrijer dan bij mij
Ook met hem wordt het leven op de duur een sleur
En wijst hij je dan de deur
En dan klinkt het keer op keer
Morgen begint het lieve leven weer
Willempie '
K weet nog goed dat ik geboren ben, 't is jaren terug
Dat was een hele toestand, want ik ben
Hoewel ik zelf van al die mensen bijna niemand ken
Maar als ze mij zien lopen in de muur
En niemand die droog brood eet
Achter de regenboog, daar wonen dromen zegt men
Land vol herinnering