Koningslied #5584
De hond een brok tataar
Mijn god was jij hier maar
Want alleen is maar alleen
Soms vertel ik het de mensen om me heen
Kom terug voordat m'n wereld is vergaan
Ik smeek je kijk me aan
Wat heb ik je baken in de straat of in de nacht
Ik wijs je de haven in de kosters
Nieuwe petje
Men krijgt de zegen, kan er weer tegen
Het is een prima vent
Die van de zweep het klappen kent
Een goeie vakman tot en met
En plichtsgetrouw tot in z'n bed
Daar ligt-ie starend naar 't behang
Met naast z'n hoofd z'n waterpomptang
En dan sta jij alleen.
Want alleen is maar alleen
Ik kan niet leven met die stilte om me heen
Waar ik ga of sta