Koningslied #5133
Hij dacht eerst aan een ongeluk, maar 't ongeluk was ik
In heel het land van nuchterheid
Met z'n hacheetje, met z'n wwtje, en z'n prive, z'n ikv z'n domineetje
Al denk ik dikwijls, lik toch m'n reetje
Ik hou van holland aan het dorp de plaats van haar jeugd
Totdat de oorlog begon
Uit de trein naar het einde kwam niemand terug
Ze nam afscheid van haar familie op het plein
Dan roepen ze hee
Willempie wat zou dat nou toch zijn
Daar sta je dan alleen
Vrienden zeggen me je komt er wel doorheen
Sinds je weg ging
Weet ik niet voor de helft,
En jij bent degene die het flikt, hoy
Zit er iemand in de tram
Ik hoor overal je stem
En doof ik 's nachts in haar ogen glinsteren mij toe
In haar hoofd gedachten aan toen
Ze praat in zichzelf