Koningslied #5110
In het park zit een jongeman
Hij leest de koppen van de zweep het klappen kent
Een goeie vakman tot en met
En plichtsgetrouw tot in z'n bed
Daar ligt-ie starend naar 't behang
Met naast z'n hoofd z'n waterpomptang
En dan klinkt het keer op keer
Morgen begint het lieve leven weer
Willempie hoor je overal
Willempie is een prima vent
Die van de zweep het klappen kent
Een goeie vakman tot en met
En plichtsgetrouw tot in z'n bed
Daar ligt-ie starend naar 't behang
Met naast z'n hoofd z'n waterpomptang
En dan sta jij alleen.
Want alleen is maar alleen
Soms vertel ik het de mensen thuis,
Verliezen als boete hun eigen huis.
Met de hele teringzooi d'r op en d'r aan,