Koningslied #5090
Te potteren en te boren
De gaatjes in je zak (geen ene munt op zak)
Willem, wat heb je grote handen
Een bek vol gouwe tanden (hmmm gouden tanden)
Geen stuiver in je dromen
En daar is
Willem met de waterpomptang
Want
Willem is niet bang
Je hoeft het maar te vragen
Dan staat-ie al te vlug
En toen ik eindelijk daar was, kreeg m'n vader plots de hik
Hij dacht eerst aan een ongeluk, maar 't ongeluk was ik
In heel het land van nuchterheid
Met z'n hacheetje, met z'n wwtje, en z'n prive, z'n ikv z'n domineetje
Al denk ik dikwijls, lik toch m'n reetje
Ik hou van holland aan het huilen
En weerlicht is overal, maar mijn koning zal niet schuilen
Hij zal de koning zijn
Voor niemand bang