Koningslied #5042
Een goeie vakman tot en met
En plichtsgetrouw tot in z'n bed
Daar ligt-ie starend naar 't behang
Met naast z'n hoofd z'n waterpomptang
En dan sta jij alleen.
Want alleen is maar alleen
Ik kan niet leven met die stilte om me heen
Waar ik met jou op weg ben
En uit een zonnestraal, de zomerwind en je voelt de koelte in de kosters
Nieuwe petje
Men krijgt de zegen, kan er weer tegen
Het is een raar geval 'k
Geloof dat niemand weet
Hoe of ik heet
Maar 't kan me niet schelen
Willempie roepen ze me na
Willempie waar ik ga of sta
Ik heet
Wim meer niet
Maar wie me ziet