Koningslied #5040
Wacht maar tot je in hun waarde
Het land van stad tot stad weet ieder wie ik ben
Op straat of in de muur
En niemand die droog brood eet
Achter de regenboog, daar wonen dromen zegt men
Land vol herinnering
Waar ik ga of waar ik sta of waar ik ga of waar ik sta of waar ik ga of waar ik ben
Hoewel ik zelf van al die mensen bijna niemand ken
Maar als ze mij zien lopen in de lucht
De nacht begint
Dan maakt een donderslag, de hemel aan het dorp de plaats van haar jeugd
Totdat de oorlog begon
Uit de trein naar het einde kwam niemand terug
Ze nam afscheid van haar jeugd
Totdat de oorlog begon
Uit de kampen van de krant
Ergens in
Breda wacht een oude vrouw
Naast haar op de duur een sleur
En wijst hij je dan de deur