Koningslied #4846
Ook met hem wordt het leven op de duur een sleur
En wijst hij je dan de deur
En dan sta jij alleen.
Want alleen is maar alleen
Ik kan niet leven met die stilte om me heen
Kom terug voordat m'n wereld is vergaan
Ik smeek je kijk me aan
Wat heb ik je baken in de tram
Ik hoor overal je stem
En doof ik 's nachts
Elke morgen naar kantoor om kwart voor acht
S'avonds eten uit de diepvries kant en klaar
De hond een brok tataar
Mijn god was jij hier maar
Want alleen is maar alleen
Soms vertel ik het de mensen thuis,
Verliezen als boete hun eigen huid afgeven.
Ik laat jullie villen, voor slechts een paar centen,
Ter wille van het redden van brandwond-patienten.
Hoge heren die het flikt, hoy