Koningslied #483
Land van 1000 meningen
Het land van nuchterheid
Met z'n hacheetje, met z'n wwtje, en z'n prive, z'n ikv z'n domineetje
Al denk ik dikwijls, lik toch m'n reetje
Ik hou van holland aan het huilen
En weerlicht is overal, maar mijn koning zal niet rusten tot het westen
Ziet men na afloop nog de resten
Van zo'n cultureel festijn
Omdat we toffe jongens zijn
Men heeft een rookbom onder het jekje
Men toont een spandoek
Met een licht facistisch trekje
Men sloopt een treintje
Gewoon een geintje
En slaat elkander op het station
Ze werd gered door een wonder
Uit de trein naar het einde kwam niemand terug
Ze nam afscheid van haar familie op het station
Ze werd gered door een wonder
Uit de trein naar het einde kwam niemand terug