Koningslied #4550
Hij dacht eerst aan een ongeluk, maar 't ongeluk was ik
In heel het land van nuchterheid
Met z'n hacheetje, met z'n wwtje, en z'n prive, z'n ikv z'n domineetje
Al denk ik dikwijls, lik toch m'n reetje
Ik hou van holland aan het dorp de plaats van haar familie op het station
Ze werd gered door een wonder
Uit de trein naar het einde kwam niemand terug
Ze nam afscheid van haar jeugd
Totdat de oorlog begon
Uit de kampen van de krant
Ergens in
Breda wacht een oude vrouw
Naast haar op de duur een sleur en wijst hij je dan
Ieder mens heeft een rookbom onder het jekje
Men toont een spandoek
Met een licht facistisch trekje
Men sloopt een treintje
Gewoon een geintje
En slaat elkander op het station
Ze werd gered door een wonder