Koningslied #4309
Maar als ze mij zien lopen in de lucht
De nacht begint
Dan maakt een donderslag, de hemel aan het zeetje...
In het park zit een jongeman
Hij leest de koppen van de slechten.
Zelden hoor je iemand over alle slachtoffers,
En daarom zeg ik alle dingen recht voor z'n raap.
Dus aan de kant met de blote handen het riool uitmesten.
En alle inbrekers bij de mensen om me heen kom terug voordat m'n wereld is vergaan ik smeek je kijk me aan wat heb je grote handen
Een bek vol gouwe tanden (hmmm gouden tanden)
Geen stuiver in je dromen
En daar is
Willem met de waterpomptang
Want
Willem is niet bang
Je hoeft het maar te vragen
Dan staat-ie al te vlug
En toen ik eindelijk daar was, kreeg m'n vader plots de hik
Hij dacht eerst aan een ongeluk, maar 't ongeluk was ik
In heel het land van nuchterheid