Koningslied #4178
Ik heet
Wim meer niet
Maar wie me ziet
Roept toch steeds weer
Willempie '
K weet nog goed dat ik geboren ben, 't is jaren terug
Dat was een hele toestand, want ik ben een roffe alexander,
Die alles nu verandert voor elke nederlander.
Want ik heb nog nooit een vorst gezien met zo erg weinig haar
Mijn manen worden reuze lang met hier en daar een krul
Ik voel mij trots en arrogant en werk aan mijn gebrruuulll
Toch moet je verder lopen
Of ben je nou beginnen
Ik zou maar wat doet het er nog toe ik slaap haast niet meer s'nachts elke morgen naar kantoor om kwart voor acht s'avonds eten uit de diepfries kant en klaar de hond een brok tataar mijn god was jij hier maar want alleen is maar alleen soms vertel ik het de mensen thuis,
Verliezen als boete hun eigen huis.
Met de hele teringzooi d'r op en d'r aan,
En komen van vooraf aan op straat of in de lucht
De nacht begint
Dan maakt een donderslag, de hemel aan het huilen
En weerlicht is overal, maar mijn koning zal niet schuilen