Koningslied #4128
Hoewel ik zelf van al die mensen bijna niemand ken
Maar als ze mij zien lopen in de nacht
Ik wijs je de haven in de lucht
De nacht begint
Dan maakt een donderslag, de hemel aan het dorp de plaats van haar jeugd
Totdat de oorlog begon
Uit de trein naar het einde kwam niemand terug
Ze nam afscheid van haar familie op het plein
Dan roepen ze me na
Willempie waar ik ga of sta
Ik heet
Wim meer niet
Maar wie me ziet
Roept toch steeds weer
Willempie hoor je iemand over alle slachtoffers,
En daarom maak ik simpelweg de straffen wat roffer.
Fok dat gelul over cellentekort,
Het wordt tijd dat ik met jou een hartig woordje spreek aaah
Als ik een sterke koning ben hoef ik van jou geen zedenpreek
Als dat nog monarchie ook heet dan stap ik heden op