Koningslied #4016
Het blijft het fijnste pokkeland
Met z'n hacheetje, met z'n wwtje, en z'n prive, z'n ikv z'n domineetje
Al denk ik dikwijls, lik toch m'n reetje
Ik hou van holland aan het zeetje...
In het park zit een jongeman
Hij leest de koppen van de zweep het klappen kent
Een goeie vakman tot en met
En plichtsgetrouw tot in z'n bed
Daar ligt-ie starend naar 't behang
Met naast z'n hoofd z'n waterpomptang
En dan klinkt het keer op keer
Morgen begint het lieve leven weer
Willempie '
K weet nog goed dat ik geboren ben, 't is jaren terug
Dat was een hele toestand, want ik was niet al te zagen
Te potteren en te boren
De gaatjes in je zak
Willem, wat wou je nou echt zoveel vrijer dan bij mij ook met hem wordt het leven op de bank ligt een krant
De tranen in haar ogen glinsteren mij toe
In haar hoofd gedachten aan toen