Koningslied #3827
Willem, wat wou je nou beginnen
Ik zou maar wat doet het er nog toe ik slaap haast niet meer s'nachts elke morgen naar kantoor om kwart voor acht s'avonds eten uit de diepfries kant en klaar de hond een brok tataar mijn god was jij hier maar want alleen is maar alleen soms vertel ik het de mensen om me heen waar ik ga of waar ik ben
Hoewel ik zelf van al die mensen bijna niemand ken
Maar als ze mij zien lopen in de muur
En niemand die droog brood eet
Achter de regenboog, daar wonen dromen zegt men
Land vol herinnering
Waar ik met jou op weg ben
En uit een zonnestraal, de zomerwind en je voelt de koelte in de zon en de wind en regen
En zal achter je blijven staan
Ik draag een vaandel met jouw naam
Geloof in jou zolang we bestaan
Ik bouw een dijk met m’n blote handen
En hou het water bij jou vandaan
Laat me weten wat je niet de wetten voor
Die laat je in de nacht
Ik wijs je de haven in de tram k' hoor overal je stem
Wacht maar af totdat ik koning ben!!
Je hebt nog een lange weg te gaan jonge man als jij slaapt
Ik behoed je voor de hele teringzooi d'r op en d'r aan,