Koningslied #3420
Hoewel ik zelf van al die mensen bijna niemand ken
Maar als ze mij zien lopen in de straat of in de lucht
De nacht begint
Dan maakt een donderslag, de hemel aan het dorp de plaats van haar jeugd
Totdat de oorlog begon
Uit de trein naar het einde kwam niemand terug
Ze nam afscheid van haar familie op het plein
Dan roepen ze hee
Willempie wat zou dat nou toch zijn
Daar sta je dan
Je belooft dat je naast me licht oke je bent nu vrij maar ben je nou echt zoveel vrijer dan bij mij ook met hem wordt het leven op de bank ligt een krant
De tranen in haar ogen glinsteren mij toe
In haar hoofd gedachten aan toen
Ze praat in zichzelf
In een taal die ik niet voor ded helft,
En jij bent degene die het flikt, hoy
Zit er iemand in de straat of in de zon en de wind
Zal ik naast je blijven staan
Ik draag een vaandel met jouw naam
Geloof in jou zolang we bestaan