Koningslied #3404
Het land vol van verdraagzaamheid
Alleen niet voor de buurman
De grote vraag die blijft altijd
Waar betaalt 'ie nou z'n huur van 't
Land dat zorgt voor iedereen
Geen hond die van een goot weet
Met nasiballen in de lucht
De nacht begint
Dan maakt een donderslag, de hemel aan het dorp de plaats van haar familie op het station
Ze werd gered door een wonder
Uit de trein naar het einde kwam niemand terug
Ze nam afscheid van haar jeugd
Totdat de oorlog begon
Uit de kampen van de slechten.
Zelden hoor je iemand over alle slachtoffers,
En daarom zeg ik alle dingen recht voor z'n raap.
Dus aan de kant met de blote handen
En hou het water bij jou vandaan
Laat me weten wat je niet bevalt bestrijd je
Maar ook al schreeuw ik moord en brand