Koningslied #3395
Een goeie vakman tot en met
En plichtsgetrouw tot in z'n bed
Daar ligt-ie starend naar 't behang
Met naast z'n hoofd z'n waterpomptang
En dan klinkt het keer op keer
Morgen begint het lieve leven weer
Willempie '
K weet nog goed dat ik geboren ben, 't is jaren terug
Dat was een hele toestand, want ik ben
Hoewel ik zelf van al die mensen bijna niemand ken
Maar als ze mij zien lopen in de straat of op het station
Ze werd gered door een wonder
Uit de kampen van de krant
Ergens in
Breda wacht een oude vrouw
Naast haar op de duur een sleur en wijst hij je dan de deur en dan sta jij alleen. want alleen is maar alleen soms vertel ik het de mensen thuis,
Verliezen als boete hun eigen huis.
Met de hele bevolking zo denkt?
Er moet nog heel wat gebeuren voor ik rustig slaap,
En daarom maak ik simpelweg de straffen wat roffer.