Koningslied #3254
Ik zou maar wat doet het er nog toe ik slaap haast niet meer s'nachts elke morgen naar kantoor om kwart voor acht s'avonds eten uit de diepfries kant en klaar de hond een brok tataar mijn god was jij hier maar want alleen is maar alleen soms vertel ik het de mensen thuis,
Verliezen als boete hun eigen huis.
Met de hele teringzooi d'r op en d'r aan,
En komen van vooraf aan op straat te staan.
En als die engerds het dan weer proberen,
Dan zal een afgehakte hand het wel afleren.
Bespaar me je gelul over mensenrechten,
Want jullie vechten meer voor ze.
Dit is geen plaats meer voor ze.
Dit is geen sprake van
Dat is voor sommige het sein
Een uurtje christelijk te zijn
Men heeft een rookbom onder het jekje
Men toont een spandoek
Met een licht facistisch trekje
Men sloopt een treintje
Gewoon een geintje
En slaat elkander op het station
Ze werd gered door een wonder
Uit de trein naar het einde kwam niemand terug