Koningslied #3200
Kastijd je
En wat je niet bevalt bestrijd je
Maar ook al schreeuw ik moord en brand
Het blijft het fijnste pokkeland
Met z'n allen op het strand
Beschuit bij het ontbijt
Het land vol van verdraagzaamheid
Alleen niet voor ded helft,
En jij bent degene die het flikt, hoy
Me broer dat is een prima vent
Die van de zweep het klappen kent
Een goeie vakman tot en met
En plichtsgetrouw tot in z'n bed
Daar ligt-ie starend naar 't behang
Met naast z'n hoofd z'n waterpomptang
En dan klinkt het keer op keer
Morgen begint het lieve leven weer
Willempie hoor je overal
Willempie is een raar geval 'k
Geloof dat niemand weet