Koningslied #2986
In heel het land van stad tot stad weet ieder wie ik ben op straat te staan.
En als je
Ergens iets om geeft
Want waar je gek op bent
Kastijd je
En wat je niet bevalt bestrijd je
Maar ook al schreeuw ik moord en brand
Het blijft het fijnste pokkeland
Met z'n hacheetje, met z'n wwtje, en z'n prive, z'n ikv z'n domineetje
Al denk ik dikwijls, lik toch m'n reetje
Ik hou van holland aan het dorp de plaats van haar jeugd
Totdat de oorlog begon
Uit de trein naar het einde kwam niemand terug
Ze nam afscheid van haar jeugd
Totdat de oorlog begon
Uit de trein naar het einde kwam niemand terug
Ze nam afscheid van haar familie op het station
Ze werd gered door een wonder
Uit de kampen van de slechten.
Zelden hoor je overal