Koningslied #2946
Je hoeft het maar te vragen
Dan staat-ie al te vlug
En toen ik eindelijk daar was, kreeg m'n vader plots de hik
Hij dacht eerst aan een ongeluk, maar 't ongeluk was ik
In heel het land van nuchterheid
Met z'n allen op het station
Ze werd gered door een wonder
Uit de trein naar het einde kwam niemand terug
Ze nam afscheid van haar familie op het plein
Dan roepen ze hee
Willempie wat zou dat nou toch zijn
Daar sta je dan de deur en dan sta jij alleen. want alleen is maar alleen soms vertel ik het de mensen thuis,
Verliezen als boete hun eigen huis.
Met de hele teringzooi d'r op en d'r aan,
En komen van vooraf aan op straat te staan.
En als die engerds het dan weer proberen,
Dan zal een afgehakte hand het wel afleren.
Bespaar me je gelul over cellentekort,
Het wordt tijd dat ik geboren ben, 't is jaren terug
Dat was een hele toestand, want ik was niet al te zagen