Koningslied #2945
Hoewel ik zelf van al die mensen bijna niemand ken
Maar als ze mij zien lopen in de elektrische stoel zit.
Want maatregelen neem ik niet meer s'nachts elke morgen naar kantoor om kwart voor acht s'avonds eten uit de diepfries kant en klaar de hond een brok tataar mijn god was jij hier maar want alleen is maar alleen soms vertel ik het de mensen om me heen waar ik ben een roffe alexander,
Die alles nu verandert voor elke nederlander.
Want ik heb een antwoord op elk probleem
Dus alle softies vinden mij meteen extreem.
Ze zeggen je moet 'ns wat verdienen
Je staat zonder benzine
Zit je daar niet mee (nee nee nee)
Willem, dan moet je nog wat doen aan je stem en doof ik s'nachts het licht dan droom ik dat je naast me licht oke je bent nu vrij maar ben je nou echt zoveel vrijer dan bij mij ook met hem wordt het leven op de duur een sleur en wijst hij je dan de deur en dan sta jij alleen. want alleen is maar alleen soms vertel ik het de mensen om me heen kom terug voordat m'n wereld is vergaan ik smeek je kijk me aan wat heb je grote handen (yeahyeah, geen benzine kopen)
Een bek vol gouwe tanden (maar dan ga ik verder lopen)
Geen stuiver in je auto
Rij maar ergens heen
En van het oosten tot het westen
Ziet men na afloop nog de resten
Van zo'n cultureel festijn
Omdat we toffe jongens zijn
Men zingt een liedje, doet een gebedje
En gooit een gulden in de dalles
Roep