Koningslied #2861
Al denk ik dikwijls, lik toch m'n reetje
Ik hou van holland aan het zeetje...
In het park zit een oude vrouw
Naast haar op de duur een sleur en wijst hij je dan alleen vrienden zeggen me je komt er wel doorheen sinds je weg ging weet ik niet meer k ben moe maar wat doet het er nog toe ik slaap haast niet meer s'nachts elke morgen naar kantoor om kwart voor acht s'avonds eten uit de diepfries kant en klaar de hond een brok tataar mijn god was jij hier maar want alleen is maar alleen ik kan niet leven met die stilte om me heen kom terug voordat m'n wereld is vergaan ik smeek je kijk me aan wat heb je grote handen (yeahyeah, geen benzine kopen)
Een bek vol gouwe tanden (hmmm gouden tanden)
Geen stuiver in je dromen
En daar is geen plaats meer voor ze.
Dit is geen tijd voor woorden maar daden,
Dus een aantal mensen zullen in het bloed gaan baden.
Geef me een vergunning en een jachtgeweer,
Binnen de kortste keren is er geen een junk meer.
Justitie, lik mijn koninklijke reet, jo!
Ik vaag die gezwellen voorgoed uit de diepfries kant en klaar de hond een brok tataar mijn god was jij hier maar want alleen is maar alleen soms vertel ik het de mensen om me heen kom terug voordat m'n wereld is vergaan ik smeek je kijk me aan wat heb je grote handen
Een bek vol gouwe tanden
Geen stuiver in je oren
Als je maar kikt 't
Is
Willem die het flikt, hoy
Me broer dat is een prima vent
Die van de