Koningslied #2561
Ik hou van holland aan het zeetje...
In het park zit een jongeman
Hij leest de koppen van de krant
Ergens in
Breda wacht een oude man
Misschien laten ze hem dit keer gaan
Het verleden neemt geen keer
Er bestaat geen vergiffenis voor
Wat hij heeft gedaan
Als hij 's nachts in haar ogen glinsteren mij toe
In haar hoofd gedachten aan toen
Ze praat in zichzelf
In een taal die ik ken
Wacht maar af totdat ik koning ben!
Wacht maar af totdat ik koning ben dan ken ik geen gevaar
Wel ik heb nog nooit een vorst gezien met zo erg weinig haar
Mijn manen worden reuze lang met hier en daar een krul
Ik voel mij trots en arrogant en werk aan mijn gebrruuulll
Toch moet je nog wat doen aan je stem
Wacht maar af totdat ik koning ben dan ken ik geen gevaar