Koningslied #2516
Men eist her recht om vrouw te wezen
Maar zonder koken, zonder kezen
Men hangt de c cup aan de lijn
Om minder lustobject te zijn
Men zingt een liedje, doet een gebedje
En gooit een gulden in de lucht
De nacht begint
Dan maakt een donderslag, de hemel aan het zeetje...
In het park zit een oude vrouw
Naast haar op de bank ligt een krant
De tranen in haar ogen glinsteren mij toe
In haar hoofd gedachten aan toen
Ze praat in zichzelf
In een taal die ik niet voor zulke mafkezen,
Om later hun zieke slappe lichaam te genezen.
Alle snobistische bontjasteven
Moeten voor straf hun eigen huid afgeven.
Ik laat jullie villen, voor slechts een paar centen,
Ter wille van het noorden tot het westen
Ziet men na afloop nog de resten