Koningslied #2113
Ik bouw een dijk met m’n blote handen het riool uitmesten.
En alle inbrekers bij de mensen thuis,
Verliezen als boete hun eigen huis.
Met de hele bevolking zo denkt?
Er moet nog heel wat gebeuren voor ik rustig slaap,
En daarom maak ik simpelweg de straffen wat roffer.
Fok dat gelul over cellentekort,
Het wordt tijd dat de koning zijn
Voor niemand klein
Zo waardig, wijs en goed
In zijn lichaam leeuwenbloed
In zijn ziel de heldenmoed
Van wie hier voorging en voorging en voorging
Je bent koning, hier van binnen
Ben jij koning
Wees een koning
Ja waardig, wijs en goed (wijs en goed)
In mijn ziel de heldenmoed
Van wie hier voorging en voorging en voorging
Je bent koning, hier van binnen