Koningslied #1986
De tranen in haar ogen glinsteren mij toe
In haar hoofd gedachten aan toen
Ze praat in zichzelf
In een taal die ik ken
Wacht maar af totdat ik koning ben hoef ik van jou geen zedenpreek
Als dat nog monarchie ook heet dan stap ik heden op
Pak m'n biezen weg in afrika geef een ander maar die job
Aah dat joch is de brutaalste die ik ken
Wacht maar tot je in de muur
En niemand die droog brood eet
Achter de regenboog, daar wonen dromen zegt men
Land vol herinnering
Waar ik met een klok
En glas in lood
En van het oosten tot het westen
Ziet men na afloop nog de resten
Van zo'n cultureel festijn
Omdat we toffe jongens zijn
Men zingt een liedje, doet een gebedje
En gooit een gulden in de kosters