Koningslied #1735
Maar zonder koken, zonder kezen
Men hangt de c cup aan de lijn
Om minder lustobject te zijn
Men zingt een liedje, doet een gebedje
En gooit een gulden in de muur
En niemand die droog brood eet
Achter de regenboog, daar wonen dromen zegt men
Land vol herinnering
Waar ik met jou op weg ben
En uit een zonnestraal, de zomerwind en je voelt de koelte in de lucht
De nacht begint
Dan maakt een donderslag, de hemel aan het huilen
En weerlicht is overal, maar mijn koning zal niet schuilen
Hij zal de koning zijn
Voor niemand klein
Zo waardig, wijs en goed (wijs en goed)
In mijn lichaam (in jouw lichaam) leeuwenbloed (leeuwenbloed)
In mijn ziel de heldenmoed
Van wie hier voorging en voorging
Ik ben koning (jij bent koning) hier van binnen