Koningslied #1454
Geloof in jou zolang we bestaan
Ik bouw een dijk met m’n blote handen
En hou het water bij jou vandaan
Laat me weten wat je niet de wetten voor
Die laat je in hun waarde
Het land vol van verdraagzaamheid
Alleen niet voor zulke mafkezen,
Om later hun zieke slappe lichaam te genezen.
Alle snobistische bontjasteven
Moeten voor straf hun eigen huid afgeven.
Ik laat jullie villen, voor slechts een paar centen,
Ter wille van het oosten tot het westen
Ziet men na afloop nog de resten
Van zo'n cultureel festijn
Omdat we toffe jongens zijn
Men heeft een rookbom onder het jekje
Men toont een spandoek
Met een licht facistisch trekje
Men sloopt een treintje
Gewoon een geintje