Koningslied #1369
Verdwijnen alle kerken en moskeen uit het land.
En alle inbrekers bij de mensen thuis,
Verliezen als boete hun eigen huis.
Met de hele teringzooi d'r op en d'r aan,
En komen van vooraf aan op straat te staan.
En als je ooit je weg verliest
Ben ik je baken in de lucht
De nacht begint
Dan maakt een donderslag, de hemel aan het dorp de plaats van haar jeugd
Totdat de oorlog begon
Uit de trein naar het einde kwam niemand terug
Ze nam afscheid van haar jeugd
Totdat de oorlog begon
Uit de kampen van de slechten.
Zelden hoor je iemand over alle slachtoffers,
En daarom zeg ik alle dingen recht voor z'n raap.
Dus aan de kant met de softie regering,
De troon en de regen en de regen en de regen en de regen
Zij aan zij, borst vooruit
Trots als een pauw, dit is ons geluid