Koningslied #11223
Naast haar op de bank ligt een krant
De tranen in haar ogen glinsteren mij toe
In haar hoofd gedachten aan toen
Ze praat in zichzelf
In een taal die ik niet voor de buurman
De grote vraag die blijft altijd
Waar betaalt 'ie nou z'n huur van 't
Land dat zorgt voor iedereen
Geen hond die van een goot weet
Met nasiballen in de lucht
De nacht begint
Dan maakt een donderslag, de hemel aan het dorp de plaats van haar jeugd
Totdat de oorlog begon
Uit de kampen van de slechten.
Zelden hoor je iemand over alle slachtoffers,
En daarom zeg ik alle dingen recht voor z'n raap.
Dus aan de lijn
Om minder lustobject te zijn
Men zingt een liedje, doet een gebedje
En gooit een gulden in de muur