Koningslied #10590
Als geen ander, want ik was niet al te vlug
En toen ik eindelijk daar was, kreeg m'n vader plots de hik
Hij dacht eerst aan een ongeluk, maar 't ongeluk was ik
In heel het land van nuchterheid
Met z'n allen zingen wij nu samen
Als één oranje koor
Met z'n hacheetje, met z'n wwtje, en z'n prive, z'n ikv z'n domineetje
Al denk ik dikwijls, lik toch m'n reetje
Ik hou van holland aan het zeetje...
In het park zit een jongeman
Hij leest de koppen van de krant
Ergens in
Breda wacht een oude vrouw
Naast haar op de duur een sleur
En wijst hij je dan
Ieder mens heeft een rookbom onder het jekje
Men toont een spandoek
Met een licht facistisch trekje
Men sloopt een treintje
Gewoon een geintje