Koningslied #10274
Laat me weten wat je niet bevalt bestrijd je
Maar ook al schreeuw ik moord en brand
Het blijft het fijnste pokkeland
Met z'n allen laat het oranjebitter nu maar knallen
Met z'n allen
Met z'n hacheetje, met z'n wwtje, en z'n prive, z'n ikv z'n domineetje
Al denk ik dikwijls, lik toch m'n reetje
Ik hou van holland aan het zeetje...
In het park zit een oude vrouw
Naast haar op de bank ligt een krant
De tranen in haar ogen glinsteren mij toe
In haar hoofd gedachten aan toen
Ze praat in zichzelf
In een taal die ik ken
Wacht maar af totdat ik koning ben dan ken ik geen gevaar
Wel ik heb nog nooit een vorst gezien met zo erg weinig haar
Mijn manen worden reuze lang met hier en daar een krul
Ik voel mij trots en arrogant en werk aan mijn gebrruuulll
Toch moet je verder lopen
Of ben je nou beginnen